Leerlingen zelfstandig leren werken, is voor hen heel motiverend. Mits je het op de goede manier aanpakt. In het artikel van de vorige keer beschreef ik een handig hulpmiddel bij zelfstandig werken: de routekaart. (Mocht je dit artikel gemist hebben dan kun je het
hier alsnog lezen)
Zelfstandig werken wil echter niet zeggen dat de leerlingen alles alleen moeten uitzoeken. Leerlingen hebben steun nodig, of ze nu 7 of 17 zijn. Het niveau en de manier waarop je hen steunt kan verschillen, maar een vorm van hulp, steun of begeleiding blijft altijd onontbeerlijk. Al was het maar als krachtbron voor van hun gevoel van competentie, autonomie en sociale verbondenheid.
Om je leerlingen goed te begeleiden bij het zelfstandig werken, is het belangrijk om op een effectieve manier leergesprekken met hen te voeren. En dat kan in praktijk knap lastig zijn. Je probeert een leergesprek met een leerling te voeren en je merkt dat jij eigenlijk alles bedenkt. Het kind of de jongere brengt zelf niets naar voren en heeft geen eigen inbreng. Hierdoor voelt het kind de zelfstandigheid niet die jij met deze werkwijze hoopte te bieden. De hele situatie blijkt onduidelijk en demotiverend voor jullie allebei. Als je dat een aantal keren hebt meegemaakt, is vaak het logische gevolg dat je je afvraagt waarom je al deze moeite doet. Je besluit dat het voeren van leergesprekken geen zin heeft en gaat weer terug naar je oude werkwijze waarin jij beslist en voorschrijft hoe de leerling een bepaalde taak aanpakt.
Het samen met een (groepje) leerling(en) een leergesprek voeren, vraagt specifieke gespreksvaardigheden van je. Grote kans dat je in je opleiding niet hebt geleerd hoe je dit effectief doet. Waardoor je de motiverende kracht en de ontwikkelingspotentie van zulke gesprekken niet kunt benutten. Dergelijke problemen kun je voorkomen door je goede gesprekstechnieken eigen te maken.
Dit zijn zes gesprekstechnieken die ervoor zorgen dat jouw leergesprekken optimaal verlopen:
- Stel open vragen. Zorg ervoor dat (bijna) elke vraag die je stelt, begint met het woord Wie, Wat, Hoe, Wanneer of Welke. Dit zorgt ervoor dat je de leerling stimuleert om een antwoord te geven dat meer behelst dan "ja" of "nee". Het geeft de leerling ruimte om echt zelf iets in te brengen en niet alleen te reageren op een voorstel van jouw kant.
- Vermijd Waarom-vragen Waarom vragen slaan, met name bij jonge kinderen, het gesprek volledig dood. Op "Waarom?" krijg je al snel als antwoord "Nou, daarom" of "Omdat het zo is". Daar kun jij niets mee, en de leerling ook niet. In plaats van te vragen "Waarom kies je voor deze manier van informatie zoeken?", kun je de vraag beter herformuleren tot "Wat is het voordeel van deze manier van informatie zoeken?" of "Wat is jouw reden om voor deze vorm van informatie zoeken te kiezen?".
- Vermijd suggestieve vragen. Suggestieve vragen zijn vragen die een waardeoordeel bevatten en een (onbewuste) vorm van manipulatie bevatten. Ze dragen ertoe bij dat de leerling sociaal wenselijke antwoorden geeft. Zoals: "Vind je eigenlijk ook niet dat dit onderwerp een beetje te moeilijk voor je is?" of "Je zult het wel met me eens zijn dat het veel beter werkt om niet met Pieter samen te werken?" Om een antwoord te krijgen dat echt uit het kind zelf komt is het beter om suggestieve vragen te vermijden. In deze voorbeelden zou een alternatieve vraagstelling kunnen zijn: "Wat vind je van de moeilijkheidsgraad van dit onderwerp?" en " Hoe bevalt het om met iemand anders dan Pieter samen te werken?"
- Maak een standaard gespreksschema voor jezelf. Noteer in dit schema welke open vragen jij in elk geval beantwoord wilt hebben bij het invullen van de routekaart. Zo vergeet je geen belangrijke vragen. Ook voorkomt het dat je teveel afdwaalt van datgene waar het gesprek om draait.
- Zorg voor stiltes. Laat een stilte van twee tot drie seconden vallen nadat de leerling heeft geantwoord. Dit nodigt hem of haar uit om het antwoord toe te lichten. En het voorkomt dat jij al begint te praten terwijl de leerling eigenlijk nog niet uitgesproken was. Bovendien geeft het je gesprekspartner het gevoel dat je echt luistert en tijd voor het gesprek neemt.
- Herformuleer wat de leerling heeft gezegd in je eigen woorden. Dit toont dat je geluisterd hebt. Daarnaast geeft het je de gelegenheid om te checken of dat wat jij hoorde ook is wat het kind bedoelde.
Houd bij het voeren van leergesprekken in de gaten of je, net als veel volwassenen, geneigd bent om voor leerlingen in te vullen wat ze denken, voelen of willen. Neem het niet van hen over, maar help hen stapsgewijs de eigen zelfstandigheid te ontwikkelen. Zelfstandig leren is alleen zelfstandig als het kind dingen mag bedenken, doelen mag stellen en mag (mee)beslissen.
Het begeleiden van leerlingen bij zelfstandig werken is een vak apart! Geef jezelf wat krediet als je merkt dat je hier nog niet zo handig in bent. Als een gesprek ook met de hulp van deze tips een keer niet lekker loopt, maak daar dan geen probleem van. Ook voor jou is het een leerproces om dit soort gesprekken te voeren en de leerlingen steeds meer zelfstandigheid te geven. Daar mag je absoluut fouten in maken. Van fouten leer je immers!